Housesit from Hell

To describe great things, you must be at a distance from them” Misschien geef ik Edmondo de Amicis over een tijdje gelijk. Al ben ik bang dat het minstens drie decennia zal duren voordat ik de ‘greatness’ van onze nieuwste housesit zal inzien.

Het klonk perfect. Een housesit die precies aansloot op onze tijd in Monte San Martino. En ook nog eens slechts een paar kilometer verderop was. Deze keer geen lange ingewikkelde reis met stapels baby-uitrusting. Één hobbelig autoritje en we zouden ons nieuw onderkomen in het buurdorp Gualdo bereiken.

Ok, we zouden even moeten wennen aan het feit dat we in plaats van acht slaapkamers het nu met slechts drie vertrekken zouden moeten doen. Dat we slechts één zwembad zouden hebben (mèt opblaas-krokodil). Maar dat moest te overzien zijn. Ook dat we nu in plaats van drie knusse stoere katten een hyperactief keffertje en zijn zus-hond (a.k.a. De Waggelende Worst) zouden moeten verzorgen, moest lukken. Dachten we.

Hoewel we verdrietig waren onze idyllische heuveltop achter te moeten laten, hadden we ook wel weer zin om een nieuwe plek te ontdekken. De huiseigenaresse voorzag ons bovendien van een mooie glimmende huurauto, waardoor we nu in stijl door de Italiaanse heuvels konden scheuren.

Vol verwachting reden we de oprit op van onze nieuwe housesit op. Vervallen luiken vol spinnenwebben en een wildgroei aan onkruid kwam ons tegemoet. Ok, dachten we, misschien is de huiseigenaar niet zo’n buitentype. Houdt ze niet zo van tuinieren. Of gevels schrobben.

Na vertwijfeld de enthousiaste begroeting van de hondjes te hebben ondergaan, kwamen we er binnen achter dat de huiseigenaar ook niet zo was van de interieur-verzorging. Of van hygiëne in het algemeen. Temidden van de afgekloven botten, stapels boeken en dikke   grauwe tapijten was het een ware uitdaging om een plekje veilig te stellen. En om niet direct rechtsomkeert te maken.

Na wat beloftes over schoonmaak-teams, strikte geen-rauw-vlees-in-de-bank protocollen voor de hondjes en een kijkje in de wonderbaarlijk schone slaapkamers, besloten we dat we de afgesproken maand wel zouden overleven. We moesten gewoon de woonkamer vermijden. En de voordeur.

Inmiddels hebben we ons een soort van geïnstalleerd. De schoonmakers, twee lieve vrouwen die om de paar minuten ‘mama mia‘ uitschreeuwen terwijl ze opwaaiende stofwolken omzeilen, leveren goed werk. Toch begin ik voor het eerst in vier maanden te verlangen naar mijn eigen spullen. En vraagtekens te zetten bij de perfectheid van housesitting…